N.R.R.A.

Nederlandse vereniging voor Rock 'n' Roll, Boogie, Swing en Acrobatische dansvormen.

Wat zijn de regelementen van de Rock'n'Roll.

rock_n_roll.pdf   size: 72,0 kB

get adobe reader

1.0 ALGEMENE BEPALINGEN

  • 1. AMATEURSTATUS

    Een amateur is op generlei wijze betrokken bij het zelfstandig lesgeven, opleiden en begeleiden van dansers en betrekt geen inkomsten uit de danssport.

    Elke amateur, die deze regels overtreedt, wordt van verdere deelname aan amateur-wedstrijden uitgesloten.

    Hiervan is uitgesloten het geven van shows mits deze niet instemming van de trainer, dansschool of club worden gegeven.

    Het ontvangen van een onkostenvergoeding hiervoor wordt toelaatbaar geacht.

 

  • 2. STARTRECHT

    Startgerechtigd zijn alleen die paren, die verbonden zijn aan een dansschool of club, die lid, resp. buitengewoon lid is van de NRRA of elke andere organisatie, aangesloten bij de World Rock and Roll Confederation.

 

  • 3. INSCHRIJVING

    Inschrijving voor de wedstrijden kan uitsluitend geschieden door de trainer of een door de dansschool of club aangewezen persoon, die schriftelijk bij het wedstrijd-secretariaat moet worden bekend gemaakt.

 

  • 4. VERANDERING VAN TRAINER/DANSSCHOOL/CLUB

    Dit is slechts mogelijk in de periode, die ligt tussen het Nederlands Kampioenschap en de eerstvolgende wedstrijd in het nieuwe seizoen waaraan men deelneemt.

    Wanneer men één wedstrijd voor een bepaalde dansschool/ club is uitgekomen, verbindt men zich voor het gehele seizoen.

    Tussentijdse transfers zijn alleen toegestaan met instemming van alle betrokken partijen.

 

  • 5. VERANDERING VAN PARTNER

    Dit is mogelijk. Men dient dan uit te komen in de hoogste klasse, waarin een van beide partners heeft gedanst.

    B.V. B-heer gaat dansen met een C-dame, zij moeten dan uitkomen in de B-klasse, bedraagt het niveauverschil 2 of meer klassen, of een van de partners heeft langer dan één jaar niet meer aan wedstrijden deelgenomen, dan mag selectie worden aangevraagd. Het paar zal dan aan de hand van de wedstrijdresultaten in de juiste klasse worden geplaatst.

    Een uitzondering hierop kan worden gemaakt in het geval dat de dame hoger heeft gedanst dan de heer. Zij mag dan één klasse omlaag zonder selectie.

 

  • 6. NEDERLANDS KAMPIOENSCHAP

    Het dansseizoen wordt afgesloten met het Nederlands kampioenschap.

    De uitslag is bepalend voor de ranglijst voor uitzending naar het Europees, resp. Wereldkampioenschap.

    0m aan het N.K. te mogen deelnemen, moet men in de A-klasse tenminste 3 en in de overige klassen tenminste 2 wedstrijden hebben gedanst in het betreffende seizoen. De titel Nederlands Kampioen is geldig tot het volgende Nederlands Kampioenschap.

 

  • 7. GEDRAGSREGELS Tijdens de wedstrijden.

    1. Elk danspaar dient op eerste afroep de dansvloer te betreden. Bij niet of te late verschijning kan diskwalificatie volgen.

    2. Het dragen van kleding met daarop het beeldmerk of naam van de dansschool of club is tijdens het dansen van de series op de dansvloer niet toegestaan.

    3. De dansparen dienen zich te onthouden van commentaar op de wedstrijd­leiding en de juryleden en zich neer te leggenbij diens oordeel. Klachten kunnen worden ingediend na afloop van de wedstrijd.

    4. Annulering van een aanmelding kan geschieden tot uiterlijk 15 minuten voor de aanvang van de wedstrijd.
    Bij niet verschijnen zonder afmelding volgt schorsing voor 1 wedstrijd.

 

  • 8. LEEFTIJDSGROEPEN

    Junioren:

    - junioren B2 / A2 (Youth):
    Alle deelnemers mogen niet ouder worden dan 14 jaar in het jaar van de wedstrijd.

    Toelichting: Indien een danser in het kalenderjaar 14 jaar wordt betekent deze regel dat het danspaar vanaf 1 januari van dat zelfde jaar niet meer in deze klasse mag dansen ( ook al wordt hij/zij op 31 december 14 jaar).

    – junioren B1 / A1 (Juniors):
    Alle deelnemers moeten de leeftijd hebben tussen 12 jaar en maximaal 17 jaar in het jaar van de wedstrijd.

    Toelichting: Indien een danser in het kalenderjaar 18 jaar wordt betekent deze regel dat het danspaar vanaf 1 januari van dat zelfde jaar niet meer in deze klasse mag dansen ( ook al wordt hij/zij op 31 december 18 jaar).

    - D 2 klasse:
    Geen leeftijdsbeperking. Acrobatiekfiguren mogen gedanst worden bij een minimale leeftijd van 12 jaar.

    - D 1 klasse:
    Geen leeftijdsbeperking. Acrobatiekfiguren mogen gedanst worden bij een minimale leeftijd van 12 jaar.

    - C klasse:
    Minimale leeftijd 13 jaar.

    - B klasse:
    Minimale leeftijd 14 jaar.

    - A klasse:
    Minimale leeftijd 15 jaar.

 

  • 9 FIGUURBEGRENZING

    BEGRENZING PER CATEGORIE

    ACROBATIEK- JEUGDKLASS
    niet toegestaan.

    ACROBATIEK- JUNIOREN
    alle acro's safety level 3 en conform de videoband van de WRRC


    Safetylevel 3 :

    Voor de junioren gelden de volgende goedkeuringsregels :

    A waarbij het bodemcontact niet verbroken wordt

    B waarbij het hoofd in het algemeen hoger is dan de eigen heupen.

    Beperkingen:

    E2 De heupen mogen in het algemeen niet hoger dan de schouders komen. Er mag geen figuur met rug aan rug contact zijn.

    E3 Er mag niet tussen of naast de benen van de partner doorgezwaaid worden.

    D met grip

    Beperkingen:

    E2 De heupen mogen in het algemeen niet hoger dan de schouders komen. Er mag geen figuur met rug aan rug contact zijn.

    E3 Er mag niet tussen of naast de benen van de partner doorgezwaaid worden.

    E4 Geen overslagen


    Overige bepalingen:

    Nul tot en met vier acrobatieken. Twee van de vier acrobatieken mogen combinaties zijn. Een combinatie bestaat uit maximaal 2 acrobatieken. Wanneer een acrobatiek figuur twee keer uitgevoerd wordt , wordt dit aangemerkt als een combinatie met uitzondering van de teller en de spiraal.


    01/ Rad met bodemcontact (met één of twee handen)
    02/ Kiep = Terugrol dame met benentrek met bodemcontact
    03/ Koprol
    04/ Glissade= voorw vloerveeg (2.16)
    05/ Spiraal enkel of dubbel (1 of 2 handen) (1.20 en 1.22)
    06/ Vloerveeg doortrekken = Schieber =(2.16)
    07/ Spreidsprong (2.20) =Huftgratsch= Le cheval
    08/ Rugzak= cheval arriere
    09/ Vis (beide handen op de grond)
    10/ Dijzit = huftshitz
    11/ Kniezit
    12/ Heupzwaai = Sleuder
    13/ Bombe=planche =babyzit
    14/ Flasch
    15/ Bombe2=planche 2= ½ pannenkoek
    16/ Zwaan (geen kaars- ongeveer 45?) Huftgratsch (2.20)

    Uitzonderingsfiguren
    1/ Kleine boksprong
    2/ Munchner 1 (2 handen op de schouders)
    3/ Munchner 2 (hand in taille)
    4/ Teller

    ACROBATIEK "D II en D I"

    D II acrobatieken zijn niet verplicht. Maximaal is toegestaan :
    1/ Hoogtesprong
    2/ Kniesprong
    3/ Spreidsprong
    Akrobatiekronde 1’30 minuut 44 mt per minuut

    D I ( + alle D II acro´s + safetylevel 3 ).

    Safetylevel 3 :
    Voor de D I klasse gelden de volgende goedkeuringsregels
    A waarbij het bodemcontact niet verbroken wordt
    B waarbij het hoofd in het algemeen hoger is dan de eigen heupen.

    Beperkingen:
    E2 De heupen mogen in het algemeen niet hoger dan de schouders komen.
    Er mag geen figuur met rug aan rug contact zijn.
    E3 Er mag niet tussen of naast de benen van de partner doorgezwaaid worden.

    D met grip
    Beperkingen E2 De heupen mogen in het algemeen niet hoger dan de schouders komen. Er mag geen figuur met rug aan rug contact zijn.

    E3 Er mag niet tussen of naast de benen van de partner doorgezwaaid worden.

    E4 Geen overslagen
    Overige bepalingen:
    Nul tot en met vier acrobatieken. Combinaties zijn niet toegestaan. Wanneer een acrobatiek figuur twee keer uitgevoerd wordt , wordt dit aangemerkt als een combinatie met uitzondering van de teller en de spiraal.
    Akrobatiekronde 1’30 minuut 46 mt per minuut


    01/ Rad met bodemcontact (met één of twee handen)
    02/ Kiep = Terugrol dame met benentrek met bodemcontact
    03/ Koprol
    04/ Glissade= voorw vloerveeg (2.16)
    05/ Spiraal enkel of dubbel (1 of 2 handen) (1.20 en 1.22)
    06/ Vloerveeg doortrekken = Schieber =(2.16)
    07/ Spreidsprong (2.20) =Huftgratsch= Le cheval
    08/ Rugzak= cheval arriere
    09/ Vis (beide handen op de grond)
    10/ Dijzit = huftshitz
    11/ Kniezit
    12/ Heupzwaai = Sleuder
    13/ Bombe=planche =babyzit
    14/ Flasch
    15/ Bombe2=planche 2= ½ pannenkoek
    16/ Zwaan (geen kaars- ongeveer 45?) Huftgratsch (2.20)

    Uitzonderingsfiguren
    1/ Kleine boksprong
    2/ Munchner 1 (2 handen op de schouders)
    3/ Munchner 2 (hand in taille)
    4/ Teller
    5/ Ruckfaller
    6/ Kniesalto
    4. ACROBATIEK "C" alle acro's safety level 2


    Safetylevel 2 :
    Goedgekeurd zijn alle acrobatieken
    A waarbij het bodemcontact niet verbroken wordt
    B waarbij het hoofd in het algemeen hoger is dan de eigen heupen.

    Beperkingen :
    E2 De heupen mogen in het algemeen niet hoger dan de schouders

    C met goede grip
    Beperkingen : E6 Geen rotatie boven schouderhoogte (wikkelfiguur).

    E3 Er mag niet tussen of naast de benen van de partner doorgezwaaid worden.

    D met grip
    Beperkingen : E5 Niet meer dan ¾ overslag zonder extra kontact van lichaam aan lichaam
    E6 Geen rotatie boven schouderhoogte (wikkelfiguur).

    Overige bepalingen:
    Vier acrobatieken in de finale.Combinaties zijn toegestaan tot een aaneenschakeling van 3 acro´s.
    Akrobatiekronde 1’30 minuut 48 mt per minuut


    Acro´s
    Alle "Junior" en "D" akro's, ook gekombineerd.

    Uitzonderingsfiguren

    01/ Shalom = vis zonder grondaanraking (2.10)
    02/ Ruckenrad= radslag over de rug (3.16)
    03/ Sagi = Heupworp
    04/ Italiener met al zijn variaties (3.28) (3.30) =Kniesalto
    05/ lage dode sprong (voor- of zijwaarts), Lage plongeon ,
    06/ Indraaisalto = Kreuzwurf (3.24)
    07/ Kaars met 1 gestrekt been
    08/Spreidzit met afrol
    09/ C-kogel
    10/ Eis = 2 handen vast en een ½ cirkel boven het hoofd draaien


    ACROBATIEK B
    alle acro's safety level 1

    Safetylevel 1
    Goedgekeurd zijn alle acrobatieken
    A waarbij het bodemcontact niet verbroken wordt
    B waarbij het hoofd in het algemeen hoger is dan de eigen heupen.

    Beperking:
    E6 Geen rotatie boven schouderhoogte (wikkelfiguur).

    C met goede grip
    Beperking: E6 Geen rotatie boven schouderhoogte (wikkelfiguur).

    D met grip
    Beperking: E3 Er mag niet tussen of naast de beben van de partner doorgezwaaid worden.
    E5 Niet meer dan ¾ overslag zonder extra kontact van lichaam aan lichaam
    E6 Geen rotatie boven schouderhoogte (wikkelfiguur).


    Overige bepalingen:
    Vijf acrobatieken in de finale.Combinaties zijn toegestaan tot een aaneenschakeling van 3 acro´s.
    Voettechniekronde 1 minuut; snelheid 50 mt per minuut
    Akrobatiekronde 1’30 minuut 48-49 mt per minuut


    1/ Landshut (3.42) = Schoudersalto
    2/ Köpper (3.32) = overslag voorw. gestrekt
    3/ Schocksalto
    4/ Klapmes (3.42)= overslag voorw : ivm rug aan rug
    5/ Rugkinworp (3.44) Rugrol voor de heer
    6/ Rolmops (3.74)= Kasekehre
    7/ Haasje over met al zijn variaties
    8/ Rug aan rug (3.46)
    9/ Schouderrol met al zijn variaties (3.60 en 3.62)
    10/ Ceintuur 3.136 = wikkel
    11/ Kaars met 2 benen
    12/ Mollet (Kuitsprong met al zijn variaties) (3.72) /Valentino/wade
    13/ Plongeon voorwaarts (vanaf de handen zittend) = taucher
    14/ Grote lasso (3.102) prong met draai om de schouder van de heer
    15/ Ingang salto's met maximaal 1/2 vertikale draai
    16/ Heupzwaai dode (3.128)
    17/ Berliner =plank
    18/Wintertur = over de arm springen

    Uitzonderingsfiguren (ook A acrobatie)
    1/ Berliner = plank
    2/ Ruckenschleuder (3.48) = Huckepack
    3/ Kaars dode uitgang= bougie- plongeon


    ACROBATIEK "A" Safety level 0
    Geen figurenbegrenzing

    Overige bepalingen:
    Zes acrobatieken in de finale.
    Geen 1½ en dubbele salto´s in de voorronde.
    Voettechniekronde 1 minuut; snelheid 52 mt per minuut
    Akrobatiekronde 1’30 minuut 48-50 mt per minuut

 

  • 10 PROMOTIEPUNTEN

    1. PROMOTIEWEDSTRIJD
    Elk nieuw paar danst zijn eerste wedstrijd als promotiewedstrijd.

    Dit betekent:
    1 indien het paar in de eerste ronde door alle juryleden wordt doorgeplaatst dient het paar in de herkansing één klasse hoger te dansen.
    2 Indien het paar dan weer door alle juryleden wordt doorgeplaatst danst het paar in de daarna komende ronde weer één klasse hoger
    3 indien het paar wederom door alle juryleden wordt doorgeplaatst dient het paar in de herkansing weer één klasse hoger te dansen enz.
    4 een paar kan nooit in de finale dansen in een klasse waarin het geen halve finale gedanst heeft.

    2. PROMOTIE.
    Deze dient er voor om een zo eerlijk mogelijke krachtsverdeling te verkrijgen, Dit wordt bereikt door toekennen van promotie-punten op grond van de behaalde wedstrijdresultaten.

    Puntenverdeling.

    Bij deelname van:
    30 paren of meer, plaats 1 t/m 6 resp 6.5.4.3.2.2. punten.
    20 tot 30 paren plaats 1 t/m 6 resp 4.3.2.1.0.0. punten
    10 tot 20 paren plaats 1 t/m 6 resp 3.2.1.0.0.0. punten
    5 tot 10 paren plaats 1 t/m 6 resp 2.1.0.0.0.0. punten
    minder dan 5 paren; alleen de Kampioen 1 punt.


    3. BENODIGDE PUNTEN VOOR PROMOTIE

    D klasse 9 punten
    C klasse 11 punten
    B klasse 14 punten
    Indien de klasse-grootte dit nodig maakt kan hier van door de wedstrijdsecretaris worden afgeweken.
    Dit wordt dan voor de aanvang van de wedstrijd bekend gemaakt.

    Vrijwillige promotie is toegestaan, vrijwillige degradatie niet.


  • SAFETYLEVELS

    BESCHRIJVING.

    1. Dansfiguren
    Dansfiguren zijn alle figuren die de partner alleen kan uitvoeren( geen overslagen zoals radslagen)
    Ondersteuning is alleen bij stationaire figuren (zoals een spin) toegestaan, voor zover bodemkontakt van beide partners blijft bestaan.

    2. Acrobatiekfiguren
    Een acrobatiekfiguur is elk figuur dat bovenstaande regels te buiten gaan.

    3. Regels voor beperking van de acrobatiek

    Uitleg van de regels:
    Een acrobatiek moet van begin tot einde, één van de hiernavolgende regels en eventuele beperkingen vervullen of met één van de uitzonderingsfiguren (deze zijn met name genoemd) overeenstemmen.

    Het is toegestaan tijdens een acrobatisch figuur van de ene regel naar de andere regel of naar een uitzonderingsfiguur te wisselen. Dit geldt ook omgekeerd. ( Dit is dus bij een combinatie mogelijk).

    In de praktijk betekent dit, dat de lichaamshouding en de plaats van de verbindingen van de twee delen zowel door de regel van het eerste als het tweede deel toegestaan en bereikbaar moet zijn. (Bijvoorbeeld geen salto tussendoor om een verbinding te maken. De verbinding moet ook in de regels vallen).

    Bij alle figuren mogen de heer en de dame de rol wisselen.

    Figurencombinaties mogen maximaal vijf elementen bevatten.

    Het aantal acrobatiekfiguren/-combinaties is bij de desbetreffende safety-levels aangegeven.
    In elke dansklasse mogen figuren van een lagere klasse gebruikt worden.

    4. Eindhouding.
    De eindhouding is binnen de figurenbegrenzing.


    5. Goedkeuringsregels

    Goedgekeurd zijn alle acrobatieken
    A waarbij het bodemcontact niet verbroken wordt
    B waarbij het hoofd in het algemeen hoger is dan de eigen heupen.
    C met goede grip
    D met grip

    6. Beperkingen op het bovenstaande
    E1 Het moet zonder hulp van de partner mogelijk zijn.

    E2 De heupen mogen in het algemeen niet hoger dan de schouders komen. Er mag geen figuur met rug aan rug contact zijn.

    E3 Er mag niet tussen of naast de benen van de partner doorgezwaaid worden.

    E4 Geen overslagen

    E5 Niet meer dan ¾ overslag zonder extra kontact van lichaam aan lichaam

    E6 Geen rotatie boven schouderhoogte (wikkelfiguur).

    7. Verklaring van de begrippen
    Grip = Hand in hand; een hand om de pols of arm en de andere hand op of om een lichaamszijde van de partner (bv muncher 2).

    Goed grip = Minstens één arm volledig om het lichaam/romp ( dus geen nek, knieën) van de partner.

    Overslag = Een overslag is een draai van meer dan 180 graden om de hoogte en/of breedte van de partner.

    Extra contact, lichaam aan lichaam = Buiten de handen of armen van de partner moet ook op een andere plaats van het lichaam kontact zijn. (bv. Langs het lichaam omhoogrollen naar de schouderspreidzit).

    Rotatie-/draaifiguren = Figuren die uit dezelfde positie met lichaamscontact herhaald kunnen worden en een draai om de lengte-as van de heer maken (bv. Kogel, Dulaine).

    Draaibewegingen moeten minstens drie draaien bevatten om het maximaal aantal punten te behalen. C- klasse : teller ; B- klasse : ceintuur berliner ; A- klasse : kogel dulaine, propeller.
    Dit geldt evenzo voor combinatiefiguren bv 1* berliner 1*dulaine 1* propellor.

    De cijfers tussen haakjes verwijzen naar het boek “R 'n R im Bild" van Heinrich Mayer.